Een vrijwilliger wil getraind worden om bepaalde zorghandelingen bij een bepaalde bewoner te kunnen uitvoeren. Kan dat?
Ja, dit kan. Als het gaat om voorbehouden of risicovolle handelingen, dan moet de vrijwilliger hiervoor een training volgen. Als de vrijwilliger vraagt om training (en toetsing) van bepaalde handelingen bij een specifieke bewoner, dan wordt dit voorgelegd aan de EVV. Altijd in afstemming met de vrijwilligerscoördinator van de locatie. De EVV, eventueel in overleg met de praktijkopleider, beoordeelt het verzoek en kijkt daarbij naar:
- Of het verzoek past bij de opleiding en ervaring van de vrijwilliger.
- Of het past bij het verantwoordelijkheidsbesef van de vrijwilliger.
- Hoe moeilijk en risicovol de handeling is (naarmate de risico’s groter zijn, worden hogere eisen gesteld).
- Hoe vaak de vrijwilliger de handeling waarschijnlijk zal gaan uitvoeren.
Als de vrijwilliger de handelingen niet vaak zal uitvoeren, is er kans dat de handelingen snel verleerd worden. Het is belangrijk te bepalen of het de moeite waard is om de vrijwilliger de handeling aan te leren.
Als de EVV en de vrijwilligerscoördinator besluit dat de vrijwilliger de training mag volgen en de vrijwilliger de toets haalt en aan de overige bovenstaande voorwaarden m.b.t bekwaamheid, toezicht en/of tussenkomst voldoet, is de bekwaamheidsverklaring 1 jaar geldig (of korter als deze zorg in de praktijk niet meer nodig is, of de vrijwilliger niet meer voldoet aan de bekwaamheidseisen). De registratie en correct scholing wordt bijgehouden door de vrijwilligerscoördinator van de locatie.