‘Ik heb al heel wat voetstappen hier in Souburgh staan. Mijn opa en oma woonden er. De echtparenkamer van mijn opa en oma is nu de huiskamer op de derde verdieping. Het blijft bijzonder als ik daar moet zijn. Ik werk hier nu twintig jaar. Veel bewoners kennen mij omdat ik net als zij een rasechte Waddinxvener ben. Vroeger werkte ik meer uren, maar sinds ik kinderen heb, werk ik de avonden, elk weekend. Ik hou van de warme, huiselijke sfeer. Als mensen vragen wat ik met de feestdagen ga doen, antwoord ik: ‘Eerste kerstdag vier ik met mijn eigen familie, en tweede kerstdag met mijn andere familie.’
Wat ik in de loop der jaren heb zien veranderen, is dat techniek een grotere rol krijgt. En dat het het leven van bewoners echt beter maakt. Zo gebruiken we een bladderscan, waarmee je bij een cliënt een veelvoorkomende infectie kunt vermijden.
Het doet me goed om de bewoners een fijn weekend te bezorgen. Om ze te verzorgen natuurlijk, maar ook voor een praatje of luisterend oor. Als iemand terminaal wordt, betrekken we altijd de mantelzorgers bij dit proces. Ik vertel hun wat er gaat gebeuren. En vraag of ze het wel of niet fijn vinden als ik af en toe binnenloop, want voor iedereen is dat anders. Het doet mij zelf ook natuurlijk wat, zeker als ik een bewoner al jaren verzorg. Soms moet ik dan even weglopen. Je bent geen machine; je doet dit werk met je hart.